De Dodendans van Bleibach

In het Zwarte Woud ligt niet ver van Freiburg een piepklein dorpje: Bleibach. Hoe klein het is, zie je al aan het stationnetje!

Maar dit dorp heeft één bijzondere attractie: de St. Georgkirche (1350), waar nog een authentiek beenderhuis (1720) van over is gebleven. Daar werden de beenderen bewaard die uit het kerkhof opgegraven waren, om plaats te maken voor nieuwe doden. En op het tongewelf van dat ossuarium bevindt zich een heel mooie dodendans!

De opdracht tot het schilderen ervan werd in 1723 gegeven door de pastoor van Bleibach, Martin Schill. De dans bestaat uit 34 afbeeldingen in olieverf, waarbij de schilder (men vermoedt Johann Jakob Winter) zich geïnspireerd heeft op de dodendansen van Bern en Basel. De afbeeldingen zijn voorzien van spreuken, die ons duidelijk maken dat de dood niemand vergeet. Men denkt dat de spreuken afkomstig zijn van de Oostenrijkse edelman von Scherer. Die werd door zijn familie verstoten nadat hij zich tot het katholicisme had bekeerd. Hij leefde eerst in Freiburg en vond daarna een betrekking in Bleibach, als leraar.

De volledige reeks foto’s staat hieronder, in groot formaat. Het wit onderaan de foto’s is de witgekalkte muur. Jammer genoeg zijn niet alle foto’s even scherp en soms was er een hinderlijke lichtinval. Maar ik denk toch dat deze collectie vrij uniek is (op het web is er niet zo heel veel materiaal over te vinden).

De Basler Totentanz

De Basler Totentanz is te vinden in de Barfüsserkirche, die een tentoonstellingsruimte van het Historisch Museum van Bazel is. In die kerk zijn naast de dodendans, heel wat andere kunstwerken rond het thema dood te vinden, waaronder deze mooie exemplaren.

Oorspronkelijk was de dodendans een 60 meter lange middeleeuwse muurschildering die aan de binnenzijde van de kerkhofmuur van de Predigerkirche aangebracht was. Het is een memento mori, dat eraan herinnert dat de dood iedereen, ongeacht rang of stand, plotseling kan komen halen.

Het kerkhof was eigendom van de Dominicanen. Men denkt dat het fresco rond 1440 geschilderd werd, maar er kon niet achterhaald worden hoe het juist tot stand kwam of wie de opdrachtgever was. De dodendans overleefde de beeldenstorm van 1529. In 1568 gaf de Raad van Bazel aan de schilder Hans Hug Kluber de opdracht het fresco te renoveren en het aan te passen aan de smaak van die tijd. Hierdoor werd de oorspronkelijke stijl van de dodendans ook op inhoudelijk vlak aangepast: de prediker kreeg de gelaatstrekken van de Bazelse reformist Johannes Oekolampad, de figuren werden uitgedost met kleren die destijds in de mode waren, de skeletten werden volgens de anatomische inzichten geschilderd en op het einde van de dans voegde Kluber zichzelf en zijn familie, omringd door twee skeletten, aan het fresco toe.

Van 1614 tot 1616 restaureerde Emanuel Bock de dodendans opnieuw, maar veranderde de afbeeldingen slechts in mindere mate. Daarna volgenden nog twee restauraties, maar daarna raakten fresco en kerkhofmuur in verval. Op 6 augustus 1805 werd de muur afgebroken en het fresco vernietigd. Kunstliefhebbers hebben nog 23 afbeeldingen en drie tekstfragmenten kunnen redden. En die afbeeldingen vind je dus in die Barfüsserkirche. Ik vond het eerlijk gezegd een beetje tegenvallen. Enige dagen later ging ik naar Bleibach, en daar zag ik een onaangetaste dodendans om U tegen te zeggen!

De Dood en de Raadsheer

Rituelen in Ladakh

Vroeger werden de lichamen van de doden in stukken gehakt en daarna door middel van stenen vermalen. Deze resten werden dan op stenen achtergelaten om door de gieren verslonden te worden. Deze praktijk wordt ook in Tibet gevolgd en zou eveneens nog in Mustang (een koninkrijkje binnen Nepal) in voege zijn (de zgn. luchtbegrafenis)

Heden ten dage worden deze oorden in Ladakh gebruikt voor crematies. Na een ceremonie in het huis van de dode, wordt het lichaam op een draagstoel vastgebonden.

Vergezeld van Lama’s gaat de processie naar de crematieplaats, waar de stoel in een ommuurde oven wordt geplaatst. Dit is werkelijkheid slechts een vierkant blok (fraai versierd) met een brandgat onderaan.

De verbranding wordt voorafgegaan door vele gebeden en tijdens de lange ceremonie wordt voortdurend olie in de oven geworpen, tot de crematie voltooid is. De as wordt verspreid in een heilige rivier of in een chorten geplaatst (indien het om een persoon met een hoge status gaat)